vrijdag 1 januari 2016

De mens is een omnivoor



Als we het gebit van de mens bekijken, dan is er slechts één conclusie mogelijk: de mens is een alleseter.  Ons gebit is van nature toegerust voor het eten van allerlei soorten voedsel. Het zit zo in elkaar dat zowel vlees, vis, groente, fruit, als graan gemakkelijk en doelmatig kunnen worden weggewerkt. Dit staat als een paal boven water.  Laat u niet van de wijs brengen door wat vegetariërs, macrobioten of andere culinaire alternatievelingen u hierover op de mouw proberen te spelden. Met onze voortanden kunnen we heel gemakkelijk een stuk vlees losscheuren van een bout, of een hap  nemen uit een boomvrucht. En in onze mondholte kunnen we die hapklare moot met onze kiezen verder vermalen tot stukjes die klein genoeg zijn om door te slikken voor verdere verwerking in het spijsverteringskanaal.

Het gebit van een zuiver vleesetend zoogdier is niet gebouwd voor  het vermalen van stukken vlees of fruit. Met een dergelijk gebit is het losrukken en doorslikken. Grote brokken, hap slik, weg. Het gebit van een zuiver plantenetend zoogdier is weer niet ontworpen voor  het losrijten van reepjes vlees van een homp.  Het is gemaakt om te malen, te malen en nog eens te malen.

Het gebit van de mens eet een beetje van beide walletjes mee. Het vormt de gulden middenweg tussen dat van een carnivoor en dat van een herbivoor.  De mens is een opportunistische eter. Met deze eigenschap bevindt hij zich in het goede gezelschap van edel gedierte als de chimpansee, de beer en het varken.

Uit archeologisch onderzoek tot nu toe blijkt dat onze voorouders fervente alleseters waren, hoever we ook teruggaan in de tijd. De vroege prehistorische mens was een jager annex verzamelaar.  Hij combineerde het eten van vlees met dat van fruit. En vanaf het moment dat de domesticatie van voedselbronnen haar intrede deed werd zowel aan veeteelt als aan akkerbouw gedaan.

Tegenwoordig zijn er echter steeds meer pappenheimers  die de mening zijn toegedaan dat een mens eigenlijk geen vlees zou moeten eten.  Dat zou ongezond zijn en bovendien moet men er dieren voor dood maken. En dat is niet kies. Liefst zouden deze types aantonen dat de mens eigenlijk altijd al een herbivoor is geweest.  Maar dat valt niet mee na de overdaad aan wetenschappelijk bewijs van het tegendeel, waar ik u hierboven op trakteerde. Desondanks is er in deze moderne tijden sprake van een groeiende groep vegetariërsveganisten en allerlei tussenvormen, zoals ovo-vegetariërs, lacto-vegetariërs en ovolacto-vegetariërs. De scherpslijpers onder u kunnen hier nalezen waarin hem precies de verschillen zitten.

Het lijkt overigens een belangrijke liefhebberij van de genoemde non-conformistische eters om eindeloos onderling te filosoferen over waar exact de grens ligt van wat moreel gezien nog net wel, en wat net niet meer, gegeten mag worden. Het geneuzel hierover zal ik u besparen, want voor de degelijke principeloze vleeseter, tot welke categorie ik mezelf ook reken, is dit slaapverwekkende materie, zo kan ik u verzekeren.

Uit eigen ervaring weet ik inmiddels overigens dat lang niet alle vegetariërs het altijd even nauw nemen met hun eigen overtuiging. Zo was ik met mijn vrouw enkele jaren geleden tijdens de Kerstvakantie met een reisgezelschap in Noorwegen aanbeland om daar gezamenlijk te gaan langlaufen over de besneeuwde heuveltoppen. In deze groep bevonden zich ook enkele vegetariërs. En terwijl de rest van het gezelschap zich elke avond na een lange dag op de latten moe maar voldaan stortte op overheerlijke Noorsedinerspecialiteiten als fiskesuppe (visbouillon), kjottkaker (gehaktballetjes), gravlaks (zalm), lapskaus (hachee van rundvlees) en rømmesild (haring in room), zaten de vegetariërs iedere keer quasi-enthousiast  een omelet of uitsmijter weg te kauwen.  Dat gaat een keer vervelen natuurlijk. Het duurde dan ook niet langer dan drie dagen voor de eerste vegetariër zich aan een uitgeserveerde Noorse zalm vergreep. En aan het einde van de reis waren alle vegetariërs om. Voor een authentiek mals mootje vis maakten ze graag een uitzondering op hun gestaalde principes. Want, laten we wel wezen, iedereen wil gedurende zijn of haar welverdiende vakantie ook wel eens onvervalst genieten van het avondmaal. Sinds deze ervaring zijn mijn vrouw en ik wat nadrukkelijker gaan letten op het eetgedrag van zelfbenoemde planteneters  in onze omgeving en dan blijkt dat de vegetarische vis wel vaker op het menu van de principiële eter staat, als dat zo uitkomt.

De vegetariër lijdt overigens aan de mildste vorm van voedingsaberratie. De veganist is weer een stuk strikter in de leer.  Maar als u denkt daarmee de grootste asceten op het gebied van het verschalken van voedsel te kennen, dan moet ik u teleur stellen. Het kan altijd nog erger.

Meet the Fruitarian! Deze onverbeterlijke  idealist is heel streng voor zichzelf.  De fruitariër voedt zich uit overtuiging alleen met de rauw eetbare vruchten van planten.  Hij is van opvatting  dat de mens geen enkel levend wezen mag  nuttigen en dus ook geen planten of vaste delen daarvan, zoals bladeren, stengels en wortels. Want planten hebben ook een gevoel. En de fruitariër wil geen geweld gebruiken tegen welk levend wezen dan ook. Hij wil zelfs planten geen pijn doen. 

Dus als u volgende keer weer een ruiker veldbloemen bij elkaar staat te sprokkelen in de vrije natuur, of als u een bosje rozen koopt bij de bloemist om de hoek, besef dan wel dat er veel verborgen leed zit in zo’n fleurig boeket. De vazen bij u thuis zijn gevuld met de zwijgzame slachtoffers van zinloos geweld.

Percolator, voor al uw sterke koffie


Dit artikel verscheen eerder in Het Nieuwe Journaal.
(© RL, september 2009)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten