woensdag 17 augustus 2016

De auto: héél sociaal en levensreddend


De automobiel is niet populair bij de progressieve volksvertegenwoordigers en beleidsmakers van Nederland. Het intensieve gebruik van deze gemotoriseerde vierwieler door Jan met de Pet is een groot politiek taboe. Daaraan dient paal en perk te worden gesteld. En áls de burger dan toch per se een auto wil benutten dan zal hij daarvoor bloeden. De afdrachten die aan de staat moeten worden gedaan voor bezit en gebruik kennen veel verschijningsvormen, zoals BPM, wegenbelasting, APK, brandstofaccijnzen en parkeergelden. En niet te vergeten de boetes voor verkeersovertredingen, waar door de politie zo streng op wordt gehandhaafd, dat zelfs de meest behoedzame en bedaarde automobilist met enige regelmaat het haasje is, omdat hij bijvoorbeeld 3 km/uur te hard reed of zijn auto 5 minuten te lang op een betaalde parkeerplaats liet staan.

De belangrijkste redenen van de overheid voor deze overdaad aan restrictieve maatregelen zijn de milieuvervuiling, de onveiligheid en de onbeschaafdheid van de auto.

Het is op zijn minst merkwaardig te noemen, dat een vervoersmiddel dat zo immens populair is bij veel mensen in werkelijkheid zo'n onding is, zoals de linkse politici beweren. Dan word je achterdochtig. En terecht, want veel van de 'milieubewuste' politici hebben zelf een auto en vaak is dat niet de kleinste en eenvoudigste. Je zou haast gaan denken dat ze uitsluitend anderen het genot van een auto misgunnen en dan vooral de mensen die zich er door alle opgelegde belastingen geen meer kunnen veroorloven.

Ik wil hier een lans breken voor de auto, die mobiele metallic mensenvriend.

De auto vergroot de actieradius van diens eigenaar en haalt daarmee mensen uit hun sociale isolement. Vóór de uitvinding van de automobiel haalde niemand het in zijn hoofd om 's avonds naar een verjaardagsfeestje van een goede vriend te gaan, die 50 kilometer verderop woont, of om aan het eind van de dag vanuit het dorp nog even naar het bejaardentehuis in de grote stad te rijden om daar een eenzaam familielid te bezoeken. Op deze manier maakt de auto honderdduizenden mensen gelukkiger dan dat zij zouden zijn zonder het bestaan ervan.

De auto redt mensenlevens en bespaart mensen leed, bijvoorbeeld doordat iemand met levensbedreigende verwondingen met een auto snel naar het ziekenhuis op enige afstand kan worden vervoerd, wat vóór de introductie van de auto niet mogelijk was. Vanzelfsprekend helpen ziekenauto's op deze manier ook vele tienduizenden mensen per jaar. En brandweerwagens redden jaarlijks duizenden mensen en hun bezittingen, omdat zij de brandweerlieden snel naar een gebouw in lichterlaaie kunnen brengen om daar de noodzakelijke bluswerkzaamheden te verrichten.

Elk jaar in april komt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar buiten met haar persbericht over het aantal verkeersdoden in het afgelopen jaar. Dit bevindt zich momenteel op een historisch laag niveau.

Maar waarom zien wij in de nationale statistieken van het CBS de door mij hier beschreven opbeurende cijfers over het autogebruik nooit terug? Daarin worden standaard alleen het aantal verkeersslachtoffers genoemd, de omvang van de geluidsoverlast langs de snelwegen en de fijnstofniveaus in de binnenstad. En de nieuwslezer trekt daar dan op televisie steevast een heel verontrust gezicht bij.

Hallo! Doe eens niet zo negatief!

Percolator, voor al uw sterke koffie


Dit artikel verscheen eerder in Het Nieuwe Journaal.
(© RL, april 2009)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten